Door op 13 februari 2015

Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan

Op vrijdag 13 februari – hoe ironisch vrijdag de dertiende – hebben Provinciale Staten van Zeeland de Kadernota Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan Zeeland, kortweg PVVP, vastgesteld. Hierin worden de kaders vastgesteld voor een op te stellen beleidsplan, dat na de verkiezingen door Provinciale Staten in nieuwe samenstelling zal worden vastgesteld. In het PVVP komen alle vormen van vervoer aan bod. En juist dat vervoer zorgt nu onder de Zeeuwse bevolking voor veel onrust.

Openbaar vervoer
Het openbaar vervoer zal per 1 maart 2015 drastisch veranderen. Juist die veranderingen zorgen voor veel ongerustheid onder de bevolking. De gedeputeerde maakt een toer door de provincie om uit te leggen wat er gaat veranderen. Hij krijgt busladingen met kritiek. We hadden de heer Van Heukelom (SGP) een andere afscheidstour gegund. Statenbreed is er gekozen voor een vraagafhankelijk vervoer. Geen verkeerd uitgangspunt. Waar het aan ontbreekt is echter een goede communicatie. Het creëren van draagvlak onder gemeentebesturen en bevolking is van essentieel belang bij dergelijke veranderingsprocessen. Juist op dit punt is door de PvdA in tal van commissievergaderingen aangedrongen op openheid. Keer op keer is het afgelopen jaar gevraagd om overleg met gemeenten. Steeds werd aangedrongen op communicatie met de bevolking. Wethouders van verschillende politieke richtingen lieten weten dat ze nog van niets weten. En steeds kregen we van de gedeputeerde te horen dat hij nog niets kon zeggen en dat Statenleden zich niet met de uitvoering van beleid bezig moesten houden.

Uitgangspunt is dat iedere dorpskern bereikbaar moet blijven met een vorm van openbaar vervoer. Er zou een dekkend systeem van buurtbussen en haltetaxi’s komen op het kernnet. In november 2014 hebben Provinciale Staten van Zeeland hierover nog een motie van de PvdA aangenomen. Connexxion heeft met het verkrijgen van de concessie ook de ontwikkelfunctie gekregen. Geen in beton gegoten systeem van buslijnen maar een flexibel systeem gericht op de vervoersvraag. En terwijl we al enkele jaren bezig zijn met de voorbereidingen moet de gedeputeerde nu te elfder ure op tournee. Het lijkt op een middeleeuws drama waarbij de bestuurder uit zijn ivoren toren van de Abdij afdaalt naar het volk. Daarnaast lijkt het wel of er op het laatste moment nog nieuwe dingen aan worden toegevoegd. Een haltetaxi met een eigen vervoerspas. Had dit nu echt niet mogelijk geweest met de OV-chipkaart? En anderhalf uur van te voren je haltetaxi bellen. Als je vertrekt kun je alvast bellen voor de terugreis. Had dit niet wat korter kunnen zijn? Kan de gedeputeerde ons ook meedelen welke mogelijkheden hij nog ziet om wijzigingen aan te brengen in de nu vastgestelde dienstregeling? Hoe is de situatie met het grensoverschrijdende verkeer met Noord-Brabant tussen Tholen/St. Philipsland en Nieuw-Vossemeer/Steenbergen? En hoe staat het met de wens – zoals genoemd in de aangenomen motie van 14 november 2014 – waarin een onderzoek naar de knelpunten gevraagd wordt van de bereikbaarheid van iedere kern met openbaar vervoer?

PVVP niet vernieuwend
De PvdA vindt het jammer dat aan deze kadernota niet meer bekendheid is gegeven. Juist nu worden de kaders vastgesteld voor een toekomstig beleid tot 2028. Het zou een mooi moment zijn geweest als de inwoners van Zeeland, maar ook belangenbehartigers als bijvoorbeeld ANWB, openbaar vervoer, vervoerssector, werkgeversorganisaties en milieuorganisaties hierover hun mening hadden kunnen geven. Maar als we op de website van de provincie Zeeland kijken dan vinden we niets over een nieuw op te stellen PVVP. De PvdA vindt dit een gemiste kans.

Wat we ook jammer vinden is dat er weinig vernieuwende zaken in de kadernota staan. Een visie ontbreekt. De stip aan de horizon. Waar willen we in 2028 staan? De kadernota ademt meer de sfeer van ‘passen op de winkel’. Natuurlijk speelt mee dat onze financiële mogelijkheden beperkt zijn, maar dat hoeft nog niet te betekenen dat ons denken stil staat. Er is al vaker aandacht gevraagd voor de verkeerssituatie op de A58. Voor de Rijksoverheid heeft dit geen prioriteit. Betekent het nu dat we daar tot 2028 niets meer over zeggen? Een ander voorbeeld: Op pagina 23 lezen we dat uit milieu-overwegingen het faciliteren van goederenvervoer met binnenvaart en spoor en het faciliteren en stimuleren van het gebruik van de elektrische fiets belangrijk zijn. We komen geen opgave tegen op welke wijze we dat dan gaan doen. Hoe denkt het college dit te realiseren?

Hoefijzerbeleid
Het college is geen voorstander van een doorgaande snelweg noord-zuid door het deltagebied. Maar een duidelijke visie over hoe de hoofdverbinding tussen Zeeuws-Vlaanderen en Midden-Zeeland moet lopen ontbreekt. Wat doen we met de regionale ontsluiting van Schouwen-Duiveland, Noord-Beveland, Tholen en St. Philipsland? Wordt dit nog verder uitgewerkt in het PVVP? Een opmerkelijke koerswijziging is wel dat in het PVVP het zogenaamde ‘hoefijzerbeleid’ wordt losgelaten. Het gaat hier om een bovenregionaal model voor de ruimtelijke ontwikkeling van Zuidwest-Nederland, dat een begrip is in de Nederlandse ruimtelijke ordening. Het is hoogst merkwaardig dat Zeeland hiervan afstand wil nemen. De onderbouwing daarvoor in het PVVP is ook volstrekt onvoldoende. Er moet een verschil gemaakt worden tussen de bovenregionale verbinding van bijvoorbeeld de Vlaamse Ruit met de Randstad enerzijds en de behoefte aan lokale en regionale ontsluiting en doorstroming in de Zeeuwse Delta anderzijds. Het college is geen voorstander van een nieuwe snelweg door de Delta. Dat is precies ook wat het hoefijzermodel voorstaat. Dat anderzijds de Zeeuwse eilanden goed moeten worden ontsloten en er geen opstoppingen moeten zijn, is ook duidelijk. Daarvoor hoeft echter geen afstand te worden genomen van het hoefijzermodel. Met het nieuwe stuk weg bij Steenbergen in de A4 is een bovenregionale verbinding tot stand gekomen, waar ook Zeeland gebruik van kan maken. Zeeland heeft hieraan wel overwogen een bijdrage geleverd. Het is dan ook vreemd dat het college dit beleid nu wil loslaten. De PvdA vindt dat onjuist en kiest nadrukkelijk voor het in stand houden van het hoefijzermodel in combinatie met het optimaliseren van lokale en regionale ontsluiting en doorstroming. Hiertoe is door de PvdA, SP en D66 een amendement op deze kadernota ingediend.

Het PVVP heeft vele raakvlakken met andere beleidsnota’s. In de kadernota wordt al de relatie genoemd met Zeeland2040 en de beleidsnota Openbaar Vervoer. De PvdA mist echter de relatie met het Omgevingsplan. In dezelfde vergadering van 13 februari is ook de Startnota Omgevingsplan vastgesteld. Juist de ruimtelijke aspecten moeten worden afgestemd op dat toekomstige Omgevingsplan. De PvdA vindt dat er bij de verdere uitwerking van het PVVP een goede afstemming moet komen met het Omgevingsplan.

Statenlid Frits de Kaart

Het amendement werd ondanks steun van de PvdA, de SP, D’66 en GroenLinks niet aangenomen.

Amendement ‘Hoefijzermodel’ (13-02-2015)