Door Anita Pijpelink op 26 oktober 2018

Netwerksturing

En dan komen we na alle bespiegelingen, waarbij onze fractie het zeer waardeert en moedig vindt dat Provinciale Staten in de spiegel wil blijven kijken, bij nota bene vier onderwerpen waar de provincie samenwerkt met andere partijen, andere betrokkenen, in een zogenaamde netwerksturing en waarvan het te lopen proces van cruciaal belang is voor de uitkomst ervan.

Als eerste wil de fractie van de PvdA haar dank en waardering uitspreken aan het college voor het toepassen van de Handreiking Netwerksturing op deze vier maatschappelijke opgaven. We zijn, ieder vanuit zijn specifieke rol en betrokkenheid, nog steeds op zoek naar de juiste weg om netwerksturing democratisch te laten verlopen. Want dat laatste is waar het om gaat, het democratisch proces. De volksvertegenwoordiging moet de kans krijgen en nemen om vanuit haar kaderstellende en controlerende rol de uitvoerders van vastgesteld beleid, het college van Gedeputeerde Staten, kaders mee te geven voor nieuw beleid zodat de uitvoering van dat beleid goed gecontroleerd kan worden. Hiermee wordt voorkomen dat bestuurders willekeur plegen en wordt bewerkstelligd dat de gekozen volksvertegenwoordiging echt het hoogste orgaan is en het laatste woord heeft.

Onze fractie is wat zoekend naar de beste en juiste route in deze netwerksturingen. De notitie die voorligt heeft in onze fractie ook de vraag doen rijzen of dit voldoende is voor de kaderstellende taak die wij als Statenleden hebben. In een tijd waarin een bestuurlijk orgaan, zoals de provincie, beleid in haar eentje kon bepalen was de wereld voor leden van Provinciale Staten heel overzichtelijk. In mijn vorige bijdrage van zojuist heb ik al aangegeven dat de wereld van vandaag en van de toekomst anders is, met snellere en onvoorziene maatschappelijke ontwikkelingen en minder afbakening van middelen en betrokkenen. Meer overheden en organisaties zijn betrokken en willen ook, en begrijpelijk, betrokken zijn. Dat vraagt een andere proactieve open houding van Provinciale Staten en een college dat inziet dat een frequente en transparante informatievoorziening van cruciaal belang is. Het motto moet zijn dat Statenleden ook onderdeel en lid van het netwerk zijn. Alleen dan kunnen we als Statenleden naast onze volksvertegenwoordigende rol ook onze kaderstellende en controlerende rol goed invullen. Maar wij zijn als Statenleden zelf de belichaming van dat motto, wij moeten dat oppakken en onze rol in de netwerksturing actief nemen! Niet door deel te nemen aan alle bestuurlijke overleggen, natuurlijk niet, maar wel door er voor te zorgen dat we actief informatie inwinnen, tegengeluiden ruimte geven en op die manier Statenvoorstellen van het college op haalbaarheid, doelmatigheid en effectiviteit kunnen toetsen. En als het Statenvoorstel bij een maatschappelijke opgave deze toets niet doorstaat, ook niet in een netwerksturing, dan is dat misschien heel pijnlijk en lastig, maar dan verwacht onze fractie een volksvertegenwoordiging die dan op het eindproduct ‘nee’ durft te zeggen of ‘ja, mits’. En dan moet het college niet uitgaan van het idee, zoals ze dat zelf aangeeft bij het onderdeel Omgevingsvisie, dat de gezamenlijke uitkomst niet zomaar terzijde geschoven kan worden. Als het proces goed en transparant doorlopen is hoeft dat zeer waarschijnlijk ook niet, maar de volksvertegenwoordiging heeft de taak en de plicht om ten allen tijde slechte voorstellen of procesmatig slecht doorlopen uitkomsten af te wijzen. Dat moet het college zich realiseren.

Er is voor gekozen door het college om vier verschillende opgaven in één Statenvoorstel te bundelen. ‘Waarom?’ vragen wij ons af. Omdat de gemeenschappelijke factor netwerksturing is? Dat lijkt ons geen goede grond. Het gaat immers per maatschappelijke opgave niet zozeer over de vraag hoe we ergens komen, maar waar we komen, wat er gaat gebeuren in de maatschappelijke opgave. Om die reden pleiten wij ervoor om in de toekomst per maatschappelijke opgave die in een netwerksturing zit een apart Statenvoorstel op te stellen. Dan alleen gaat het om de inhoud en niet alleen over het proces!

Bestuurlijk zal de omgevingsvisie het meest cruciaal zijn. De feitelijke kaderstelling daarvan wordt doorgeschoven naar april / mei volgend jaar. Dat is in zichzelf wat de fractie van de PvdA betreft reden genoeg om dit soort voorstellen in de toekomst niet meer als één bundel neer te leggen maar in separate voorstellen.

Fractievoorzitter Anita Pijpelink

Anita Pijpelink

Anita Pijpelink

“Mijn ene overgrootvader was dijkwerker aan de Zeeuws-Vlaamse kust. Mijn andere overgrootvader was een Axelse keuterboer. Beiden bouwden letterlijk met hun handen aan de toekomst van Zeeland. Net als mijn beide overgrootvaders stroop ik de mouwen op om verder te bouwen aan Zeeland. Ik wil namelijk dat Zeeuwen zeker kunnen zijn van een eerlijke toekomst,

Meer over Anita Pijpelink