Nieuws

Behandeling Kustvisie in Provinciale Staten

door Anton van Haperen op 10 februari 2017

Het beleid met betrekking tot de verblijfsrecreatie in Zeeland is aan een herijking toe. Dat besef leeft breed in de Zeeuwse samenleving, bij burgers, bij ondernemers, bij natuur- en landschapsbeschermers en bij bestuurders van gemeenten, waterschap en provincie. Maar zo’n breed gedeeld besef wil nog niet vanzelfsprekend zeggen dat iedereen het eens is. Het is de verdienste van de concept-visie die wij nu bespreken, dat in de kakofonie van geluiden, de maatschappelijke beroering en de gepolariseerde posities van de afgelopen twee jaar, één nieuwe koers is uitgestippeld waar het gaat om kust- en strandbebouwing. De PvdA-fractie wil daar graag haar waardering voor uitspreken.

In de concept-kustvisie worden de belangen van economie en werkgelegenheid in balans gebracht met die van natuur en landschap. En nieuwe recreatieve ontwikkelingen worden gekoppeld aan herstructurering en sanering van verouderde recreatiecomplexen zonder toekomst. Belangrijke wensen van de Partij van de Arbeid aan het begin van deze collegeperiode gaan daarmee in vervulling.

Bij de behandeling van de concept-kustvisie in de commissie Ruimte heeft onze fractie meer aandacht gevraagd voor de ‘factor mens’ in de kustvisie. Ik wil dat hier graag herhalen. Ik noem dan allereerst het onderwerp leefbaarheid in met name de badplaatsen. Onze fractie is in de afgelopen weken over dit onderwerp van verschillende kanten benaderd door bezorgde burgers. Ook op de avond van de Zeeuwse Milieufederatie (donderdag 2 februari jongstleden) was dit een belangrijk issue. Wij zijn ons ervan bewust, dat dit een onderwerp is wat -naast de provincie- vooral ook de gemeenten aangaat, maar de kustvisie is een integrale visie, niet alleen van de provincie, maar óók van de kustgemeenten. De leefbaarheid van de  badplaatsen, voor eigen bevolking en voor toeristische gasten, moet dan toch onderdeel zijn van zo’n visie. Onze vraag aan de gedeputeerde is: Bent u bereid in de definitief vast te stellen kustvisie en in het traject daarna, het aspect leefbaarheid van de badplaatsen nader uit te werken? We vragen daarbij met name ook aandacht voor het aspect ‘ruimtelijke kwaliteit’. Dit wordt nu opvallend uitgesloten in het ontwikkelkader voor de badplaatsen. En dat terwijl juist ook ruimtelijke kwaliteit een belangrijk factor is voor zowel leefbaarheid als economische vitaliteit. Is de gedeputeerde bereid deze factor alsnog aan het ontwikkelkader toe te voegen (pagina 15 Kustvisie)?

Een tweede belangrijk onderwerp dat gerelateerd is aan de ‘factor mens’ betreft de vraag hoe burgers bij projecten en besluitvorming kunnen worden betrokken. Wat we bedoelen hebben we uiteen gezet in een Te Gast-rubriek van de PZC van afgelopen week . Ook hierbij is het opvallend hoeveel reactie zo’n stukje oplevert. Betrokkenheid en participatie van burgers bij de bebouwing van onze kust is een onderwerp dat leeft onder de Zeeuwse bevolking. De fractie van de Partij van de Arbeid vindt dat provincie, gemeenten en waterschap hier iets mee moeten doen. Het aanscherpen van de ruimtelijke kaders en het organiseren van traditionele inspraak is wat de PvdA betreft niet voldoende. Er moet gezocht worden naar meer mogelijkheden voor burgerparticipatie bij de projecten die voortvloeien. En dat niet alleen op provinciaal niveau, maar juist ook bij gemeenten en waterschap. Onze fractie vindt ook dat er lessen geleerd moeten worden uit de trage en ingewikkelde procesgang van de grote projecten van de afgelopen jaren en het rumoer daarmee gepaard ging. Hoe moeten overheden acteren om burgers de mogelijkheid te geven tot participatie en tegelijk ook ondernemers de duidelijkheid en zekerheden waarop zij recht hebben. Die vraag moet in de aanloop naar het omgevingsplan 2018-2024 op tafel komen en beantwoord worden. Wij dienen daarom een motie in die Gedeputeerde Staten vraagt om deze zaken samen met de partners in de op te richten Stuurgroep Kust uit te werken.

Tot slot enkele woorden over het overgangsbeleid en dan met name de hete hangijzers van de afgelopen maanden: Brouwerseiland, de Zeeuwse Lagune en het Nollebos. De Partij van de Arbeid vind dat in deze dossiers thans vooral de gemeenten aan zet zijn.

Laat het duidelijk zijn: de PvdA, in Provinciale Staten van Zeeland én in de gemeenteraad van  Schouwen-Duiveland, is tegen de ontwikkeling van Brouwerseiland! De vraag is echter wie daarover moet beslissen. Er is hier een bestemmingsplan ter inzage gelegd en veel burgers en belangengroepen hebben de moeite genomen daarop een zienswijze in te dienen. Die procedure moet wat onze fractie betreft worden afgewikkeld volgens de daarvoor geldende regels.

Waar het gaat om het project van de Zeeuwse Lagune heeft de gemeenteraad van Noord-Beveland een besluit genomen over het ‘project schiereiland’. De vraag of er in de omgeving van de Veerse Dam aanleiding en ruimte is voor een ander (kleinschaliger) project moet in eerste instantie door gemeente Noord-Beveland worden beantwoord. Bij de besluitvorming daarover kan deels worden teruggegrepen en verwezen naar eerder gesloten overeenkomsten en vastgestelde kaders, maar ook de gewijzigde inzichten van de kustvisie moeten een rol spelen. Er is immers wel het een en ander veranderd sinds 2011. Wat de PvdA betreft is een grootschalig project op de Veerse Dam van het kaliber ‘hoteltoren’ of ‘schiereiland’ van de baan. Verder kan een eventuele ontwikkeling aldaar alleen plaatsvinden in overleg en in samenwerking met de partners van de samenwerkingsovereenkomst uit 2010/2011.

En als laatste het Nollebos: tot genoegen van onze fractie heeft het college van B&W van Vlissingen een streep gezet door de plannen voor grootschalige verblijfsrecreatie in het Nollebos. De vraag of hier op kleinere schaal iets ontwikkeld kan worden ligt nog op tafel. Ook hiervoor ligt de bal wat onze fractie betreft bij de gemeente Vlissingen.

Statenlid Anton van Haperen

Motie ‘Kustvisie’ (10-02-2017)

Geef een reactie

* = verplicht, e-mailadres wordt niet gepubliceerd.