1 maart 2015

Vragen over mosselzaadwinning van paalhoofden

Meerdere keren per jaar worden paalhoofden van aangroei (mosselen) ontdaan. Dat is om te voorkomen dat de paalhoofden volledig dichtgroeien en hun functie niet meer kunnen vervullen. In de aangroei zit veel mosselzaad. Mosselzaad is duur en wordt daarom ook wel het zwarte goud genoemd. De aangroei moet op een duurzame manier worden verwijderd. Wordt dit niet gedaan dan tast het de visstand aan. Fuikvissers langs de Walcherse hebben dit geconstateerd. De PvdA-waterschapsfractie heeft daarom de volgende vragen aan het dagelijks bestuur van het Waterschap Scheldestromen gesteld:

1. Hoeveel vergunningen zijn er ten behoeve van het ontdoen van aangroei op / aan paalhoofden verleend sinds 2012?
2. Aan wie, en wat is het vergunninggebied van de desbetreffende vergunninghouder?
3. Zijn er in de vergunning (verbods)bepalingen gesteld op welke wijze de mosselen (en eventuele andere aangroei) dient te worden verwijderd en hoe vaak per jaar de werkzaamheden uitgevoerd mogen worden?
4. Wat is de looptijd van die vergunning?
5. Zijn in het kader van (het voortraject van) de vergunningverlening de natuureffecten van het schoonmaken van de paalhoofden in beeld gebracht? Wat zijn die mogelijk (positieve of negatieve) effecten van de eventuele werkzaamheden?
6. Wordt er vanuit het waterschap toezicht gehouden op de uit te voeren werkzaamheden door de bewuste vergunninghouders?
7. A. Wordt er leges per verstrekte vergunning in rekening gebracht? B. Zo ja, wat is de hoogte van de leges? C. Is bij het bepalen van de hoogte van de leges rekening gehouden met het eventueel door de vergunninghouder te behalen economisch voordeel bij het uitvoeren van de werkzaamheden (het winnen en verkopen van mosselzaad)?

Toelichting
In het Vergunningenbeleid Waterkeringen 2012 (vastgesteld door het Dagelijks Bestuur bij besluit van 30 maart 2012) is ten aanzien van ‘Schelpdieren’ het volgende gesteld: “Op de steenbekleding van dijken en hoofden vestigen zich veel planten en dieren die normaal gesproken aan zandige kusten in het geheel niet voorkomen. Zowel de houten palen in paalhoofden als het steenachtige materiaal van glooiingen, kreukelbermen en bestortingen vormen een geschikt substraat voor schaal- en schelpdieren. Met name mosselen vestigen zich, tussen water en wind, in trossen aan de palen in de paalhoofden. Kokkels komen voor in de bovenste zandlaag van de laagwaterstranden. Zowel het handmatig als machinaal verwijderen van mosselzaad van stenen bermen en glooiingen kan schade opleveren aan de waterkering. De onderlinge samenhang tussen de blokken kan verminderen. Het handmatig afsteken van mosselzaad van palen die in de hoofden staan, levert geen waterstaatkundige nadelen op als dat op de juiste manier gebeurt. Het waterschap verleent geen vergunning voor het beroepsmatig en machinaal verwijderen van schaal- en schelpdieren van kreukelbermen, stenen bermen van paalhoofden en glooiingen. Het op kleine schaal rapen voor eigen gebruik is toegestaan. Wel wordt vergunning verleend voor het afsteken van mosselzaad van palen in hoofden. Gezien de belangenafweging en het probleem van handhaving, wordt het aantal vergunningen beperkt tot de drie bestaande.”

Antwoorden op schriftelijke vragen over verwijderen aangroei schelpdieren bij paalhoofden (28-02-2015)